✓
240+
proefexamenvragen
✓
425+
flitskaarten
✓ Vergroot je slagingskans met gericht oefenen
Home
Proefexamens
Examens
Flashcards
Prijzen
Contact
👤
Account
Vraag
1
/ 20
Tijd:
15:00
1. U vaart met een klein schip vlak voor de boeg van een groot schip. Waarom is dit gevaarlijk?
Omdat u zich mogelijk in de dode hoek van het grote schip bevindt.
Omdat het grote schip opeens snelheid kan meerderen en u kan overvaren.
Omdat het grote schip dan verplicht vaart moet minderen.
Door de zuiging van het grote schip kunt u naar het schip toe getrokken worden.
⬅ Vorige
Volgende ➡
2. BPR: Twee kleine schepen naderen elkaar bij een engte op stromend water in tegengestelde richting. Het ene schip vaart voor stroom, het andere tegen stroom. Gelijktijdige doorvaart is niet mogelijk. Wat geldt?
Het tegen stroom varende schip moet voorrang verlenen aan het voor stroom varende schip.
Het voor stroom varende schip moet altijd wachten.
Als een van de schepen een groot schip is heeft deze altijd voorrang, ongeacht de stroomrichting.
Dit is niet geregeld; beide schepen moeten zelf onderling bepalen wie eerst gaat.
⬅ Vorige
Volgende ➡
3. Een mede-opvarende neemt tijdelijk het roer over en bepaalt zelfstandig koers en snelheid. Wie kan verantwoordelijk zijn voor veilig varen?
Alleen de eigenaar van het schip.
Alleen de schipper.
Ook degene die tijdelijk zelfstandig koers en snelheid bepaalt.
Niemand, zolang de schipper aan boord is.
⬅ Vorige
Volgende ➡
4. Een zeilboot vaart overdag met gehesen zeilen. De motor staat ook bij om meer snelheid te maken. Welk dagteken moet deze boot voeren?
Een zwarte bol.
Een gele ruit.
Een zwarte kegel met de punt naar beneden.
Geen dagteken, omdat de zeilen gehesen zijn.
⬅ Vorige
Volgende ➡
5. Een klein schip wil ligplaats nemen vlak voor een brugopening. Waarom is dit meestal niet toegestaan of onverstandig?
Omdat het schip daar de doorvaart kan hinderen en gevaarlijke situaties kan veroorzaken.
Omdat kleine schepen nooit bij een brug mogen stilliggen, ook niet op een aangewezen wachtplaats.
Omdat alleen schepen met marifoon bij een brug mogen wachten.
⬅ Vorige
Volgende ➡
6. U vaart ’snachts met een klein kajuitmotorschip op een BPR-vaarweg. Het schip is langer dan 7 meter. Welke verlichting hoort dit schip normaal gesproken te voeren?
Alleen een wit rondomschijnend licht.
Een toplicht, boordlichten en een heklicht.
Alleen een rood en groen boordlicht.
Twee witte rondomschijnende lichten boven elkaar.
⬅ Vorige
Volgende ➡
7. U staat te wachten bij een sluis en u mag bijna schutten. De volgorde van aankomst bij de sluis is groot schip A, klein schip B, groot schip C en als laatste klein schip D. Wat is de volgorde van schutten?
D, C, B, A
B, D, A, C
A, C, B, D
A, B, C, D
⬅ Vorige
Volgende ➡
8. U ziet een zuid-cardinaal teken bij een ondiepte. Waar ligt het veilige water ten opzichte van dit teken?
Ten zuiden van het teken.
Ten noorden van het teken.
Altijd aan stuurboordzijde, ongeacht de vaarrichting.
Tussen het teken en de ondiepte door.
⬅ Vorige
Volgende ➡
9. U ziet een cardinaal-boei bij een gevaar. De kleuren zijn, van boven naar beneden, zwart-geel-zwart. Aan welke zijde van het teken ligt het veilige water?
Ten oosten van het teken.
Ten westen van het teken.
Ten noorden van het teken.
Ten zuiden van het teken.
⬅ Vorige
Volgende ➡
10. Achter in een sluis ziet u een rood-witte lijnmarkering. De sluis gaat naar een lager waterpeil schutten. Waarom mag u niet voorbij deze rood-witte lijn afmeren?
Omdat u dan te dicht bij de sluisdrempel kunt liggen.
Omdat u dan geen gebruik meer mag maken van landvasten.
Omdat achter de lijn alleen grote schepen mogen afmeren.
⬅ Vorige
Volgende ➡
11. U vaart met een waterfiets en ziet het volgende bord. Mag u doorvaren?
Ja, met een klein schip zonder motor mag u doorvaren.
Nee, geen enkel schip mag doorvaren.
⬅ Vorige
Volgende ➡
12. Een klein schip gebruikt radar om bij slecht zicht door te varen. Welke uitrusting is daarbij volgens de regels ook vereist?
Een marifoon
Een tweede radarbeeldscherm.
Een blauw bord met wit flikkerlicht.
Een AIS-apparaat van klasse A.
⬅ Vorige
Volgende ➡
13. Een sleepboot vaart op BPR-water zonder sleep. De sleepboot is korter dan 20 meter, maar is ingericht om andere dan kleine schepen te slepen. Hoe wordt deze sleepboot voor de vaarregels beschouwd?
Als klein schip, omdat de sleepboot op dat moment geen sleep heeft.
Als groot schip, omdat de sleepboot andere dan kleine schepen mag slepen.
Als klein schip, zolang de sleepboot korter is dan 20 meter.
Als snel schip, omdat een sleepboot veel motorvermogen heeft.
⬅ Vorige
Volgende ➡
14. Groot schip Donald vaart op het hoofdvaarwater. Klein schip Grover komt uit een haven en wil het hoofdvaarwater opvaren. Wat moet Grover doen?
Grover mag eerst, omdat hij van rechts komt.
Donald moet altijd meewerken, omdat Grover uit een haven komt.
Grover moet voorrang verlenen aan Donald.
Beide schepen hebben gelijke rechten; de schippers moeten onderling afspreken wie eerst vaart.
⬅ Vorige
Volgende ➡
15. Welk geluid hoort bij het attentiesein?
Eén lange stoot.
Eén korte stoot.
Twee korte stoten.
Een reeks zeer korte stoten.
⬅ Vorige
Volgende ➡
16. Op de kaart staat bij een brug H 40 dm ten opzichte van kanaalpeil. KP= NAP - 3 dm. De waterstand is 6 dm boven NAP. Wat is de actuele doorvaarthoogte?
31 dm.
43 dm.
37 dm.
34 dm.
⬅ Vorige
Volgende ➡
17. U wilt over stuurboord keren in een smal vaarwater. Er staat zijwind en er nadert een ander schip. Wat is de juiste beslissing?
Wachten met keren totdat er voldoende ruimte is en de manoeuvre veilig kan.
Direct keren, omdat een klein schip wendbaar is.
Een korte stoot geven en dan keren.
⬅ Vorige
Volgende ➡
18. U ziet een zwart-rood-zwart gemarkeerde ton met twee zwarte bollen als topteken. Wat geeft dit markeringsteken aan?
Een bijzonder gebied waar plaatselijke informatie of de kaart moet worden geraadpleegd.
Een afzonderlijk gevaar met veilig vaarwater eromheen.
De plaats waar kan worden geankerd.
Deze ton moet aan de noordzijde worden voorbij gevaren.
⬅ Vorige
Volgende ➡
19. U wilt een binnenboord-benzinemotor starten nadat de boot enige tijd stil heeft gelegen. Wat is de veiligste handeling voor het starten?
De motorruimte goed ventileren voordat u start.
De motor direct starten zodat dampen verdwijnen.
Alle luiken gesloten houden.
Eerst extra brandstof bijpompen.
⬅ Vorige
Volgende ➡
20. U wilt een binnenboord-benzinemotor starten nadat de boot enige tijd stil heeft gelegen. Welke maatregel verkleint het gevaar op brand of explosie het meest?
De motorruimte eerst goed ventileren voordat u start.
De motor direct starten zodat eventueel aanwezige dampen snel verdwijnen.
Alle luiken gesloten houden zodat er geen zuurstof bij de motor komt.
Eerst extra brandstof bijpompen zodat de motor sneller aanslaat.
⬅ Vorige
✅ Antwoorden controleren
⛔ Stoppen en score bekijken
Veilig betalen via Mollie
VOA Keurmerk webshops
Privacyverklaring
||
Voorwaarden
||
Retourbeleid
||
Betaalbeleid
||
Klachtenprocedure