Inhoudsopgave
- Wat is navigatieverlichting?
- Welke basislichten moet je kennen?
- Uit welke richting zie je een schip?
- Verlichting van een klein motorschip
- Verlichting van een zeilschip
- Zeilschip dat ook de motor gebruikt
- Stilliggende en geankerde schepen
- Dagtekens herkennen
- Verlichting en tekens van bijzondere schepen
- Stappenplan voor herkenningsvragen
- Samenvatting
Navigatieverlichting voor Vaarbewijs 1
Aan navigatielichten en dagtekens kun je herkennen welk type schip je ziet, uit welke richting je het schip nadert en of het schip vaart, stilligt of een bijzondere toestand aangeeft.
Leer eerst de afzonderlijke lichten en oefen daarna met complete vaarsituaties.
Bekijk de flitskaarten Proefexamens oefenen
Wat is navigatieverlichting?
Navigatieverlichting bestaat uit lichten die een schip tijdens duisternis en omstandigheden met beperkt zicht voert. De kleur, plaats en combinatie van de lichten geven informatie over het schip en de richting waarin het vaart.
Overdag kunnen schepen in bepaalde situaties dagtekens voeren. Dit zijn zichtbare vormen, zoals een zwarte bol, kegel of ruit. Een dagteken heeft dus ongeveer dezelfde informatieve functie als een bijzondere lichtcombinatie, maar wordt overdag gebruikt.
Wat moet je bij een herkenningsvraag bepalen?
- welke kleuren zichtbaar zijn;
- hoe hoog de lichten ten opzichte van elkaar staan;
- of je het schip van voren, achteren of opzij ziet;
- of het een motor-, zeil- of stilliggend schip is;
- of er een bijzondere toestand wordt aangegeven;
- welke handeling in de vaarsituatie nodig is.
Veelgemaakte fout
Een los wit licht is niet voldoende om direct te bepalen welk schip je ziet. De betekenis hangt af van de plaats, zichtbaarheidshoek en eventuele andere lichten.
Welke basislichten moet je kennen?
Verschillende soorten schepen gebruiken dezelfde basislichten. De uiteindelijke betekenis ontstaat door de combinatie waarin de lichten worden gevoerd.
De gekleurde sectoren laten zien vanuit welke richtingen ieder licht zichtbaar is. Daardoor kun je niet alleen de zijde van het schip herkennen, maar ook bepalen of je het schip van voren, opzij of van achteren ziet.
Bakboordlicht
Het bakboordlicht is rood en bevindt zich aan de linkerzijde van het schip, gezien in de vaarrichting.
Stuurboordlicht
Het stuurboordlicht is groen en bevindt zich aan de rechterzijde van het schip, gezien in de vaarrichting.
Toplicht
Een toplicht is wit en schijnt naar voren en gedeeltelijk naar beide zijden.
Heklicht
Een heklicht is wit en is zichtbaar vanaf de achterzijde van het schip.
Rondomschijnend licht
Een rondomschijnend licht is vanuit alle richtingen zichtbaar. De kleur en combinatie bepalen de betekenis.
Samengesteld boordlicht
Bij kleinere schepen kunnen het rode en groene boordlicht in één gecombineerde lantaarn zijn samengebracht.
💡 Herken jij een schip aan de zichtbare lichten?
De kleuren leren is de eerste stap. Bij een examenvraag moet je ook bepalen vanuit welke richting je het schip ziet en welke situatie daarbij hoort.
Doe de gratis Vaarbewijs Quickscan met 20 vragen en ontdek welke onderwerpen je al goed beheerst.
Uit welke richting zie je een schip?
De lichten die zichtbaar zijn, hangen af van jouw positie ten opzichte van het andere schip. Hetzelfde schip kan er daarom vanuit iedere kijkrichting anders uitzien.
Vanaf de voorzijde kun je rood, groen en wit zien. Vanaf een zijkant zie je één boordlicht en witte verlichting. Vanaf de achterzijde zie je normaal alleen het witte heklicht.
Van voren
Vanaf de voorzijde kun je in veel situaties zowel het rode bakboordlicht als het groene stuurboordlicht zien.
Vanaf bakboordzijde
Vanaf de bakboordzijde zie je vooral het rode boordlicht. Andere zichtbare lichten hangen af van het type schip en de situatie.
Vanaf stuurboordzijde
Vanaf de stuurboordzijde zie je vooral het groene boordlicht. Kijk daarnaast naar witte of bijzondere lichten.
Van achteren
Vanaf de achterzijde zie je normaal geen rode of groene boordlichten, maar kan het witte heklicht zichtbaar zijn.
Bepaal eerst de koersrichting
Wanneer je rood en groen tegelijk ziet, kijk je in veel gevallen naar de voorzijde van het schip. Zie je alleen rood of alleen groen, dan kijk je meer tegen een zijkant. Zie je alleen een wit heklicht, dan bevindt het andere schip zich waarschijnlijk voor je en vaart het van je weg.
Veelgemaakte fout
Een rood licht betekent niet automatisch dat het schip naar links vaart. Het betekent dat je de bakboordzijde van het andere schip ziet.
Verlichting van een klein motorschip
Een klein motorschip dat vaart, is herkenbaar aan de voorgeschreven combinatie van boordlichten en witte verlichting. Welke uitvoering wordt gebruikt, kan mede afhangen van de afmetingen en inrichting van het schip.
Welke onderdelen herken je?
- een rood bakboordlicht;
- een groen stuurboordlicht;
- witte verlichting in de vaarrichting;
- witte verlichting aan de achterzijde.
Van voren gezien
Vanaf de voorzijde kunnen het rode en groene boordlicht zichtbaar zijn. Daarnaast zie je de witte verlichting die naar voren schijnt.
Van opzij gezien
Vanaf de zijkant is normaal één boordlicht zichtbaar: rood vanaf bakboord en groen vanaf stuurboord. Afhankelijk van de kijkhoek kan ook witte verlichting zichtbaar zijn.
Van achteren gezien
Vanaf de achterzijde zie je het witte heklicht. De rode en groene boordlichten zijn vanuit deze richting normaal niet zichtbaar.
Praktijkvoorbeeld
Je ziet voor je een enkel wit licht dat zich in dezelfde richting verplaatst. Wanneer dit het heklicht van een varend schip is, vaar je achter het andere schip. Houd voldoende afstand en controleer of je het schip oploopt.
Veelgemaakte fout
Kijk niet alleen naar het aantal zichtbare lichten. Een lamp kan vanuit jouw kijkhoek buiten de zichtsector vallen. Gebruik daarom ook de kleur, hoogte en beweging van het schip.
Verlichting van een zeilschip
Een zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, is in de basis herkenbaar aan boordlichten en een heklicht. Het beoordelen van een zeilschip vraagt extra aandacht, omdat de voortstuwing bepaalt welke regels en tekens gelden.
Een motorschip voert naast de boordlichten en het heklicht ook witte motorverlichting. Een zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, heeft een ander lichtbeeld. Door beide situaties te vergelijken, herken je sneller met welk type schip je te maken hebt.
Boordlichten
Ook een zeilschip heeft een rood bakboordlicht en een groen stuurboordlicht. Daardoor kun je bepalen welke zijde van het schip je ziet.
Heklicht
Vanaf de achterzijde kan het witte heklicht zichtbaar zijn. Let op dat een enkel wit licht ook bij andere situaties kan horen. Beoordeel daarom steeds de volledige context.
Geen toplicht op een klein zeilschip
Een klein zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, voert ’s nachts geen wit toplicht. Het voert in beginsel een rood bakboordlicht, een groen stuurboordlicht en een wit heklicht. Deze lichten mogen bij een klein zeilschip ook in een gecombineerde lantaarn worden samengebracht.
Het ontbreken van een toplicht is een belangrijk verschil met een klein motorschip. Zodra een zeilschip zijn motor gebruikt, wordt het voor de lichtvoering als klein motorschip behandeld. Het moet dan de verlichting voeren die bij een motorschip hoort.
Groot zeilschip: rood boven groen
Een groot zeilschip voert ’s nachts naast de boordlichten en het heklicht twee rondomschijnende lichten in een verticale lijn bij de top van de mast. Het bovenste licht is rood en het onderste licht is groen.
Met deze combinatie is een groot zeilschip in het donker als zeilschip herkenbaar. Onthoud daarom de volgorde: rood boven groen. Deze twee lichten vervangen de boordlichten en het heklicht niet, maar worden aanvullend gevoerd.
Uitzondering voor zeer kleine zeilschepen
Voor een klein zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter gelden onder voorwaarden vereenvoudigde voorschriften. Zo’n schip kan met een rondomschijnend wit licht volstaan en moet bij gevaar voor aanvaring tijdig een tweede wit licht tonen. Beoordeel bij een examenvraag daarom altijd ook de lengte en de beschreven situatie.
Praktijkvoorbeeld
Je ziet in het donker rood en groen naast elkaar, maar geen herkenbare motorlichtcombinatie. Dat kan passen bij een zeilschip dat je ongeveer van voren ziet. Gebruik vervolgens de vaarregels om te bepalen welke schepen moeten uitwijken.
Veelgemaakte fout
Ga niet uitsluitend op basis van de vorm van de boot uit van een zeilschip. Bij duisternis moet je de gevoerde verlichting beoordelen.
Zeilschip dat ook de motor gebruikt
Een zeilboot die behalve de zeilen ook de motor gebruikt, wordt voor de toepassing van verschillende regels niet behandeld als een schip dat uitsluitend onder zeil vaart.
Overdag wordt deze situatie herkenbaar gemaakt met een bijzonder dagteken. Dit is een belangrijk onderscheid bij vragen over voorrang en herkenning.
Waarom is dit belangrijk?
Andere schippers moeten kunnen herkennen dat het schip niet uitsluitend door zeilen wordt voortbewogen. Dit kan invloed hebben op de vaarregels die in de situatie worden toegepast.
Praktijkvoorbeeld
Een zeilboot vaart met gehesen zeilen, maar gebruikt ook de motor om meer snelheid te maken. Het schip moet overdag het bijbehorende dagteken voeren. Alleen naar de zichtbare zeilen kijken is dus niet voldoende.
Veelgemaakte fout
Ga er niet van uit dat een schip altijd als zeilschip geldt zodra de zeilen gehesen zijn. Controleer in de vraag of de motor eveneens wordt gebruikt.
Stilliggende en geankerde schepen
Een stilliggend of geankerd schip beweegt niet op dezelfde manier door het vaarwater als een varend schip. Daarom gelden andere lichten en dagtekens dan bij normale vaart.
Een stilliggend of geankerd schip beweegt niet op dezelfde manier door het vaarwater als een varend schip. Daarom gelden andere lichten en dagtekens dan bij normale vaart.
Geankerd schip
Een geankerd schip moet herkenbaar zijn als stilliggend schip. Overdag speelt een zwarte bol daarbij een belangrijke rol. Tijdens duisternis wordt rondom zichtbare witte verlichting gebruikt volgens de regels die voor het schip gelden.
Gemeerd schip
Bij een gemeerd schip is de ligplaats van belang. Een schip dat aan de oever of een daarvoor bestemde plaats ligt, bevindt zich in een andere situatie dan een schip dat in het vaarwater voor anker ligt.
Waarom maakt dat verschil?
Een geankerd schip kan zich nog in of nabij het bevaarbare deel van het vaarwater bevinden. Varende schepen moeten het tijdig kunnen herkennen en voldoende ruimte houden.
Praktijkvoorbeeld
Je ziet in het donker een rondomschijnend wit licht op een vaste plaats op het water. Dat kan wijzen op een stilliggend of geankerd schip. Verminder zo nodig snelheid en controleer de omgeving voordat je passeert.
Veelgemaakte fout
Behandel ieder wit licht niet automatisch als het heklicht van een varend schip. Kijk of het licht beweegt en of andere verlichting zichtbaar is.
Dagtekens herkennen
Dagtekens zijn vormen waarmee een schip overdag informatie geeft over de toestand, voortstuwing of werkzaamheden van het schip. De vorm en de positie van het teken bepalen de betekenis.

Zwarte bol
Een zwarte bol kan worden gebruikt om een stilliggende of geankerde toestand aan te geven. Beoordeel de volledige situatie en het type schip.
Zwarte kegel
Een zwarte kegel met de punt naar beneden is een belangrijk herkenningsteken bij een zeilschip dat tevens de motor gebruikt.
Zwarte ruit
Een ruitvormig dagteken komt voor in bijzondere samenstellingen en situaties. De betekenis hangt af van de combinatie en positie.
Cilindervorm
Een cilindervormig dagteken kan bij bepaalde categorieën of bijzondere situaties worden gebruikt. Bekijk altijd het volledige tekenbeeld.
Let op de richting van een kegel
Bij een kegelteken kan de richting van de punt onderdeel van de betekenis zijn. Bekijk daarom niet alleen dat er een kegel hangt, maar ook hoe deze is geplaatst.
Combinaties van dagtekens
Sommige bijzondere schepen of werkzaamheden worden met meerdere vormen boven elkaar aangegeven. Lees daarbij de combinatie van boven naar beneden en controleer aan welke zijde veilig passeren mogelijk is.
Veelgemaakte fout
Verwar een zwarte bol niet met een ronde lamp. Een dagteken is een fysieke vorm die overdag zichtbaar moet zijn, terwijl een navigatielicht voor duisternis en beperkt zicht wordt gebruikt.
Verlichting en tekens van bijzondere schepen
Naast motor- en zeilschepen kun je schepen tegenkomen met een bijzonder lichtbeeld of dagteken. Aan deze aanvullende tekens kun je bijvoorbeeld een veerpont, vissersschip, snel schip, passagiersschip, sleep of duwstel herkennen.
Kijk bij een herkenningsvraag niet alleen naar de aanvullende lichten. Boordlichten, toplichten en heklichten kunnen eveneens nodig zijn om de vaarrichting en samenstelling van het schip te bepalen.

Niet-vrijvarende veerpont
Een varende niet-vrijvarende veerpont voert ’s nachts twee rondomschijnende lichten boven elkaar: boven groen en daaronder wit.
De pont is bijvoorbeeld met een kabel aan de vaarweg verbonden. Let daarom ook op de route van de pont en op eventuele kabels of drijvers.
Vrijvarende veerpont
Een vrijvarende veerpont voert ’s nachts eveneens groen boven wit. Daarnaast voert de pont boordlichten en een heklicht.
Aan de boordlichten kun je bepalen vanuit welke richting je de vrijvarende veerpont ziet.
Vissersschip
Een vissersschip dat daadwerkelijk vist met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt, voert ’s nachts groen boven wit. Daarnaast voert een varend vissersschip boordlichten en een heklicht.
Overdag voert het twee zwarte kegels met de punten tegen elkaar. Deze combinatie wordt ook wel een diabolo genoemd.
Snel schip
Een snel schip voert naast de normale voorgeschreven tekens twee krachtige gele rondomschijnende lichten boven elkaar. Deze lichten flikkeren snel.
De twee gele flikkerlichten worden zowel overdag als ’s nachts gevoerd en waarschuwen andere vaarweggebruikers voor de hoge snelheid.
Passagiersschip korter dan 20 meter
Een varend passagiersschip waarvan de maximale romplengte minder dan 20 meter bedraagt, voert overdag een gele ruit.
De gele ruit moet op een geschikte hoogte hangen en van alle zijden zichtbaar zijn. Op aangewezen vaarwegen kan een uitzondering gelden.
Sleep
Het motorschip aan de kop van een sleep met grote schepen voert ’s nachts twee witte toplichten boven elkaar, boordlichten en aan de achterzijde een geel sleeplicht.
Overdag voert de sleper een gele cilinder met zwarte en witte banden. De gesleepte grote schepen voeren overdag een gele bol.
Duwstel
Een duwstel is een hecht samenstel waarbij een duwboot één of meer bakken voortduwt. Aan de voorzijde zijn drie witte toplichten in de vorm van een driehoek een belangrijk herkenningspunt.
Aan de achterzijde van de duwboot worden drie heklichten naast elkaar gevoerd. De volledige lichtvoering maakt ook de breedte en opbouw van het duwstel herkenbaar.
Veerpont of vissersschip: beide groen boven wit
Een veerpont en een vissersschip kunnen allebei de combinatie groen boven wit voeren. Kijk daarom naar de overige verlichting en naar de situatie op het water.
- Een vrijvarende veerpont voert ook boordlichten en een heklicht.
- Een niet-vrijvarende veerpont voert tijdens het varen de combinatie groen boven wit zonder de aanvullende boordlichten en het heklicht van een vrijvarende pont.
- Een vissersschip voert tijdens het varen eveneens boordlichten en een heklicht en kan herkenbaar zijn aan zichtbaar vistuig.
- Overdag onderscheid je het vissersschip aan twee zwarte kegels met de punten tegen elkaar.
Snel schip of passagiersschip?
Een snel schip en een passagiersschip zijn niet automatisch hetzelfde. Een snel schip wordt herkend aan twee gele, snel flikkerende rondomschijnende lichten boven elkaar. Een varend passagiersschip met een romplengte van minder dan 20 meter voert overdag een gele ruit.
Wanneer een schip onder beide regels valt, moet je bij een examenvraag goed bekijken welke aanvullende tekens in de getoonde situatie worden gevoerd.
Sleepboot of duwstel?
Bij een sleep trekt het motorschip de andere schepen met een tros. Bij een duwstel duwt de duwboot de bakken als één hecht samenstel vooruit. Dat verschil zie je terug in de verlichting.
- Sleep: twee witte toplichten boven elkaar en een geel sleeplicht aan de achterzijde van de sleper.
- Duwstel: drie witte toplichten in een driehoek aan de voorzijde en drie heklichten naast elkaar op de duwboot.
Stappenplan: welk schip zie je?
Gebruik bij iedere herkenningsvraag dezelfde volgorde. Zo voorkom je dat je te snel een conclusie trekt op basis van slechts één licht.
1. Noteer de kleuren
Bepaal of je rood, groen, wit of een combinatie van bijzondere kleuren ziet.
2. Bekijk de onderlinge positie
Controleer of de lichten naast elkaar, boven elkaar of op verschillende hoogten staan. Dit kan bepalend zijn voor het type schip.
3. Bepaal de kijkrichting
- rood kan wijzen op de bakboordzijde;
- groen kan wijzen op de stuurboordzijde;
- rood en groen samen kunnen op de voorzijde wijzen;
- een heklicht is zichtbaar vanaf de achterzijde.
4. Bepaal of het schip vaart of stilligt
Let op beweging, witte verlichting en eventuele rondomschijnende lichten. Een stilstaand wit licht kan een andere betekenis hebben dan het heklicht van een varend schip.
5. Zoek naar bijzondere signalen
Controleer of extra lichten of dagtekens een bijzondere toestand, voortstuwing of werkzaamheid aangeven.
6. Pas de vaarregels toe
Nadat je hebt bepaald welk schip je ziet en uit welke richting het nadert, beoordeel je welke vaarregel geldt. Herkenning is dus de eerste stap, niet het volledige antwoord.
Veelgemaakte fout
Kies niet direct voor motorschip, zeilschip of geankerd schip op basis van één licht. Controleer eerst of de totale combinatie bij jouw antwoord past.
Samenvatting: navigatieverlichting en dagtekens
Navigatielichten en dagtekens helpen om een schip, de kijkrichting en de toestand van het schip te herkennen. Gebruik daarbij steeds de volledige combinatie van kleuren, hoogte, positie en beweging.
- Rood boordlicht: bevindt zich aan bakboord.
- Groen boordlicht: bevindt zich aan stuurboord.
- Toplicht: is wit en schijnt in hoofdzaak naar voren.
- Heklicht: is wit en is zichtbaar vanaf de achterzijde.
- Rondomschijnend licht: is vanuit alle richtingen zichtbaar.
- Dagtekens: geven overdag extra informatie met vormen zoals een bol, kegel of ruit.
- Zeilen en motor: een zeilschip dat tevens de motor gebruikt, moet als zodanig herkenbaar zijn.
- Stilliggen: een geankerd schip gebruikt andere herkenningstekens dan een normaal varend schip.
Gebruik bij iedere vraag dezelfde volgorde
- Bepaal welke kleuren zichtbaar zijn.
- Bekijk hoe de lichten ten opzichte van elkaar staan.
- Bepaal vanuit welke richting je het schip ziet.
- Stel vast welk type schip het kan zijn.
- Controleer of het vaart, stilligt of iets bijzonders doet.
- Pas daarna de juiste vaarregel toe.
🏁 Klaar met lezen? Test of je de lichten herkent
Je kent nu de basis van navigatieverlichting en dagtekens. Test je actuele niveau of combineer alle flitskaarten met volledige proefexamens.
Test je actuele niveau
Ontdek met 20 vragen welke onderdelen je al beheerst en waar mogelijk nog blinde vlekken zitten.
Kies de complete slagingsbundel
Krijg toegang tot alle 13 flitskaartsets en alle 5 volledige proefexamens. Combineer gericht leren met realistisch toetsen.
Verder leren over Vaarbewijs 1
Navigatieverlichting hangt nauw samen met voorrang en vaarwegborden. Je moet eerst herkennen welk schip je ziet voordat je de juiste vaarregel kunt toepassen.
Voorrangsregels
Oefen situaties met motorboten, zeilschepen, kruisende koersen, oplopen en tegengestelde koersen.
Voorrangsregels leren en oefenen →Vaarwegborden
Leer verbodstekens, gebodstekens, beperkingstekens en signalen bij bruggen en sluizen.
Vaarwegborden leren en oefenen →Betonning
Leer laterale en cardinale markeringen, scheidingstonnen en veilig vaarwater herkennen.
Betonning leren en oefenen →Wil je terug naar het volledige overzicht van de leerstof?
Bekijk alle Vaarbewijs 1-onderwerpen →Zijn dit officiële CBR-vragen?
Nee. De uitleg, oefenvragen en flitskaarten op OefenVaarbewijs.nl zijn origineel geschreven als oefenmateriaal voor Klein Vaarbewijs 1.
De behandelde onderwerpen sluiten aan bij de leerstof voor Klein Vaarbewijs 1, maar de vragen zijn geen officiële CBR-examenvragen.
Veelgestelde vragen over navigatieverlichting
Welke kleur heeft het bakboordlicht?
Het bakboordlicht is rood. Bakboord is de linkerzijde van het schip wanneer je in de vaarrichting kijkt.
Welke kleur heeft het stuurboordlicht?
Het stuurboordlicht is groen. Stuurboord is de rechterzijde van het schip wanneer je in de vaarrichting kijkt.
Wat betekent het wanneer je rood en groen tegelijk ziet?
Wanneer je beide boordlichten tegelijk ziet, kijk je meestal ongeveer naar de voorzijde van het schip. Controleer ook de overige zichtbare lichten.
Wat is een heklicht?
Een heklicht is een wit licht dat vanaf de achterzijde van een varend schip zichtbaar is.
Wat is een rondomschijnend licht?
Een rondomschijnend licht is vanuit alle richtingen zichtbaar. De kleur en combinatie bepalen welke betekenis het licht heeft.
Welk dagteken voert een zeilschip dat de motor gebruikt?
Een zeilschip dat behalve de zeilen ook de motor gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden.
Welk dagteken hoort bij een geankerd schip?
Een zwarte bol is een belangrijk dagteken voor een geankerd schip. De precieze verplichtingen hangen mede af van het type schip en de situatie.
Hoe herken ik vanuit welke richting ik een schip zie?
Gebruik de zichtbare boordlichten. Rood hoort bij bakboord, groen bij stuurboord en een wit heklicht is zichtbaar vanaf de achterzijde. Beoordeel altijd het volledige lichtbeeld.
Zijn dit officiële CBR-examenvragen?
Nee. De vragen en uitleg zijn origineel geschreven als oefenmateriaal voor Klein Vaarbewijs 1.
Klaar om navigatieverlichting te oefenen?
Herhaal de belangrijkste begrippen met flitskaarten of test de toepassing in een volledig Vaarbewijs 1 proefexamen.
Bekijk de flitskaarten Proefexamens oefenenVeilig betalen via Mollie

