240+ proefexamenvragen 425+ flitskaarten ✓ Vergroot je slagingskans met gericht oefenen
Inhoudsopgave

Navigatieverlichting voor Vaarbewijs 1

Aan navigatielichten en dagtekens kun je herkennen welk type schip je ziet, uit welke richting je het schip nadert en of het schip vaart, stilligt of een bijzondere toestand aangeeft.

✅ Lichtkleuren herkennen ✅ Kijkrichting bepalen ✅ Dagtekens leren ✅ Vaarsituaties oefenen

Leer eerst de afzonderlijke lichten en oefen daarna met complete vaarsituaties.


Bekijk de flitskaarten Proefexamens oefenen

Wat is navigatieverlichting?

Navigatieverlichting bestaat uit lichten die een schip tijdens duisternis en omstandigheden met beperkt zicht voert. De kleur, plaats en combinatie van de lichten geven informatie over het schip en de richting waarin het vaart.

Overdag kunnen schepen in bepaalde situaties dagtekens voeren. Dit zijn zichtbare vormen, zoals een zwarte bol, kegel of ruit. Een dagteken heeft dus ongeveer dezelfde informatieve functie als een bijzondere lichtcombinatie, maar wordt overdag gebruikt.

Belangrijk: kijk nooit alleen naar één kleur. Beoordeel altijd de volledige combinatie van lichten, de onderlinge positie en de richting waaruit je het schip ziet.

Wat moet je bij een herkenningsvraag bepalen?

Veelgemaakte fout

Een los wit licht is niet voldoende om direct te bepalen welk schip je ziet. De betekenis hangt af van de plaats, zichtbaarheidshoek en eventuele andere lichten.

Welke basislichten moet je kennen?

Verschillende soorten schepen gebruiken dezelfde basislichten. De uiteindelijke betekenis ontstaat door de combinatie waarin de lichten worden gevoerd.

De gekleurde sectoren laten zien vanuit welke richtingen ieder licht zichtbaar is. Daardoor kun je niet alleen de zijde van het schip herkennen, maar ook bepalen of je het schip van voren, opzij of van achteren ziet.

Belangrijk: rood hoort bij bakboord, groen bij stuurboord. Het witte toplicht schijnt naar voren en opzij, terwijl het witte heklicht vanaf de achterzijde zichtbaar is.
Bovenaanzicht van een schip met rood bakboordlicht, groen stuurboordlicht, wit toplicht en wit heklicht
De lichtsectoren van het rode bakboordlicht, het groene stuurboordlicht, het witte toplicht en het witte heklicht.

Bakboordlicht

Het bakboordlicht is rood en bevindt zich aan de linkerzijde van het schip, gezien in de vaarrichting.

Stuurboordlicht

Het stuurboordlicht is groen en bevindt zich aan de rechterzijde van het schip, gezien in de vaarrichting.

Toplicht

Een toplicht is wit en schijnt naar voren en gedeeltelijk naar beide zijden.

Heklicht

Een heklicht is wit en is zichtbaar vanaf de achterzijde van het schip.

Rondomschijnend licht

Een rondomschijnend licht is vanuit alle richtingen zichtbaar. De kleur en combinatie bepalen de betekenis.

Samengesteld boordlicht

Bij kleinere schepen kunnen het rode en groene boordlicht in één gecombineerde lantaarn zijn samengebracht.

Ezelsbrug: bakboord is rood en stuurboord is groen. Bepaal de zijden altijd vanuit de vaarrichting van het andere schip.
Gratis kennischeck

💡 Herken jij een schip aan de zichtbare lichten?

De kleuren leren is de eerste stap. Bij een examenvraag moet je ook bepalen vanuit welke richting je het schip ziet en welke situatie daarbij hoort.

Doe de gratis Vaarbewijs Quickscan met 20 vragen en ontdek welke onderwerpen je al goed beheerst.

⏱️ Start de gratis Quickscan 20 vragen · gratis · geen account nodig

Uit welke richting zie je een schip?

Navigatieverlichting van een motorschip gezien van voren, bakboord, stuurboord en achteren
Hetzelfde motorschip toont vanuit iedere kijkrichting een ander lichtbeeld.

De lichten die zichtbaar zijn, hangen af van jouw positie ten opzichte van het andere schip. Hetzelfde schip kan er daarom vanuit iedere kijkrichting anders uitzien.

Vanaf de voorzijde kun je rood, groen en wit zien. Vanaf een zijkant zie je één boordlicht en witte verlichting. Vanaf de achterzijde zie je normaal alleen het witte heklicht.

Belangrijk: bepaal de kijkrichting altijd vanuit het andere schip. Rood is de bakboordzijde van dat schip en groen is de stuurboordzijde.

Van voren

Vanaf de voorzijde kun je in veel situaties zowel het rode bakboordlicht als het groene stuurboordlicht zien.

Vanaf bakboordzijde

Vanaf de bakboordzijde zie je vooral het rode boordlicht. Andere zichtbare lichten hangen af van het type schip en de situatie.

Vanaf stuurboordzijde

Vanaf de stuurboordzijde zie je vooral het groene boordlicht. Kijk daarnaast naar witte of bijzondere lichten.

Van achteren

Vanaf de achterzijde zie je normaal geen rode of groene boordlichten, maar kan het witte heklicht zichtbaar zijn.

Bepaal eerst de koersrichting

Wanneer je rood en groen tegelijk ziet, kijk je in veel gevallen naar de voorzijde van het schip. Zie je alleen rood of alleen groen, dan kijk je meer tegen een zijkant. Zie je alleen een wit heklicht, dan bevindt het andere schip zich waarschijnlijk voor je en vaart het van je weg.

Examentip: teken zo nodig een klein schip met een rode linkerzijde en groene rechterzijde. Dat voorkomt dat je jouw eigen bakboord en stuurboord verwart met die van het andere schip.

Veelgemaakte fout

Een rood licht betekent niet automatisch dat het schip naar links vaart. Het betekent dat je de bakboordzijde van het andere schip ziet.

Verlichting van een klein motorschip

Een klein motorschip dat vaart, is herkenbaar aan de voorgeschreven combinatie van boordlichten en witte verlichting. Welke uitvoering wordt gebruikt, kan mede afhangen van de afmetingen en inrichting van het schip.

Welke onderdelen herken je?

Van voren gezien

Vanaf de voorzijde kunnen het rode en groene boordlicht zichtbaar zijn. Daarnaast zie je de witte verlichting die naar voren schijnt.

Van opzij gezien

Vanaf de zijkant is normaal één boordlicht zichtbaar: rood vanaf bakboord en groen vanaf stuurboord. Afhankelijk van de kijkhoek kan ook witte verlichting zichtbaar zijn.

Van achteren gezien

Vanaf de achterzijde zie je het witte heklicht. De rode en groene boordlichten zijn vanuit deze richting normaal niet zichtbaar.

Praktijkvoorbeeld

Je ziet voor je een enkel wit licht dat zich in dezelfde richting verplaatst. Wanneer dit het heklicht van een varend schip is, vaar je achter het andere schip. Houd voldoende afstand en controleer of je het schip oploopt.

Veelgemaakte fout

Kijk niet alleen naar het aantal zichtbare lichten. Een lamp kan vanuit jouw kijkhoek buiten de zichtsector vallen. Gebruik daarom ook de kleur, hoogte en beweging van het schip.

Verlichting van een zeilschip

Een zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, is in de basis herkenbaar aan boordlichten en een heklicht. Het beoordelen van een zeilschip vraagt extra aandacht, omdat de voortstuwing bepaalt welke regels en tekens gelden.

Een motorschip voert naast de boordlichten en het heklicht ook witte motorverlichting. Een zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, heeft een ander lichtbeeld. Door beide situaties te vergelijken, herken je sneller met welk type schip je te maken hebt.

Belangrijk: een schip met gehesen zeilen is niet automatisch uitsluitend een zeilschip. Wanneer de motor wordt gebruikt, gelden andere herkenningstekens.
Vergelijking van de navigatieverlichting van een klein motorschip en een klein zeilschip
Vergelijking van de navigatieverlichting van een klein motorschip en een klein zeilschip.

Boordlichten

Ook een zeilschip heeft een rood bakboordlicht en een groen stuurboordlicht. Daardoor kun je bepalen welke zijde van het schip je ziet.

Heklicht

Vanaf de achterzijde kan het witte heklicht zichtbaar zijn. Let op dat een enkel wit licht ook bij andere situaties kan horen. Beoordeel daarom steeds de volledige context.

Geen toplicht op een klein zeilschip

Een klein zeilschip dat uitsluitend onder zeil vaart, voert ’s nachts geen wit toplicht. Het voert in beginsel een rood bakboordlicht, een groen stuurboordlicht en een wit heklicht. Deze lichten mogen bij een klein zeilschip ook in een gecombineerde lantaarn worden samengebracht.

Het ontbreken van een toplicht is een belangrijk verschil met een klein motorschip. Zodra een zeilschip zijn motor gebruikt, wordt het voor de lichtvoering als klein motorschip behandeld. Het moet dan de verlichting voeren die bij een motorschip hoort.

Herkenningsregel: zie je boordlichten en een heklicht, maar geen wit toplicht, dan kan het gaan om een klein schip dat uitsluitend onder zeil vaart. Controleer altijd het volledige lichtbeeld en de beschreven vaarsituatie.

Groot zeilschip: rood boven groen

Een groot zeilschip voert ’s nachts naast de boordlichten en het heklicht twee rondomschijnende lichten in een verticale lijn bij de top van de mast. Het bovenste licht is rood en het onderste licht is groen.

Met deze combinatie is een groot zeilschip in het donker als zeilschip herkenbaar. Onthoud daarom de volgorde: rood boven groen. Deze twee lichten vervangen de boordlichten en het heklicht niet, maar worden aanvullend gevoerd.

Let op: rood boven groen hoort bij een groot zeilschip. Pas deze lichtcombinatie niet automatisch toe op een klein zeilschip.

Uitzondering voor zeer kleine zeilschepen

Voor een klein zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter gelden onder voorwaarden vereenvoudigde voorschriften. Zo’n schip kan met een rondomschijnend wit licht volstaan en moet bij gevaar voor aanvaring tijdig een tweede wit licht tonen. Beoordeel bij een examenvraag daarom altijd ook de lengte en de beschreven situatie.

Praktijkvoorbeeld

Je ziet in het donker rood en groen naast elkaar, maar geen herkenbare motorlichtcombinatie. Dat kan passen bij een zeilschip dat je ongeveer van voren ziet. Gebruik vervolgens de vaarregels om te bepalen welke schepen moeten uitwijken.

Veelgemaakte fout

Ga niet uitsluitend op basis van de vorm van de boot uit van een zeilschip. Bij duisternis moet je de gevoerde verlichting beoordelen.

Zeilschip dat ook de motor gebruikt

Een zeilboot die behalve de zeilen ook de motor gebruikt, wordt voor de toepassing van verschillende regels niet behandeld als een schip dat uitsluitend onder zeil vaart.

Overdag wordt deze situatie herkenbaar gemaakt met een bijzonder dagteken. Dit is een belangrijk onderscheid bij vragen over voorrang en herkenning.

Belangrijk dagteken: een zeilschip dat tegelijkertijd de motor gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden.
Zeilschip dat de motor gebruikt met een zwarte kegel met de punt naar beneden
Een zeilschip dat ook de motor gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden.

Waarom is dit belangrijk?

Andere schippers moeten kunnen herkennen dat het schip niet uitsluitend door zeilen wordt voortbewogen. Dit kan invloed hebben op de vaarregels die in de situatie worden toegepast.

Praktijkvoorbeeld

Een zeilboot vaart met gehesen zeilen, maar gebruikt ook de motor om meer snelheid te maken. Het schip moet overdag het bijbehorende dagteken voeren. Alleen naar de zichtbare zeilen kijken is dus niet voldoende.

Veelgemaakte fout

Ga er niet van uit dat een schip altijd als zeilschip geldt zodra de zeilen gehesen zijn. Controleer in de vraag of de motor eveneens wordt gebruikt.

Stilliggende en geankerde schepen

Geankerd schip met overdag een zwarte bol en in het donker een rondomschijnend wit licht
Een geankerd schip voert overdag een zwarte bol en in het donker een rondomschijnend wit licht.

Een stilliggend of geankerd schip beweegt niet op dezelfde manier door het vaarwater als een varend schip. Daarom gelden andere lichten en dagtekens dan bij normale vaart.

Belangrijk: verwar het rondomschijnende witte licht van een geankerd schip niet met het heklicht van een varend schip. Kijk ook of het licht zich verplaatst.

Een stilliggend of geankerd schip beweegt niet op dezelfde manier door het vaarwater als een varend schip. Daarom gelden andere lichten en dagtekens dan bij normale vaart.

Geankerd schip

Een geankerd schip moet herkenbaar zijn als stilliggend schip. Overdag speelt een zwarte bol daarbij een belangrijke rol. Tijdens duisternis wordt rondom zichtbare witte verlichting gebruikt volgens de regels die voor het schip gelden.

Gemeerd schip

Bij een gemeerd schip is de ligplaats van belang. Een schip dat aan de oever of een daarvoor bestemde plaats ligt, bevindt zich in een andere situatie dan een schip dat in het vaarwater voor anker ligt.

Waarom maakt dat verschil?

Een geankerd schip kan zich nog in of nabij het bevaarbare deel van het vaarwater bevinden. Varende schepen moeten het tijdig kunnen herkennen en voldoende ruimte houden.

Praktijkvoorbeeld

Je ziet in het donker een rondomschijnend wit licht op een vaste plaats op het water. Dat kan wijzen op een stilliggend of geankerd schip. Verminder zo nodig snelheid en controleer de omgeving voordat je passeert.

Veelgemaakte fout

Behandel ieder wit licht niet automatisch als het heklicht van een varend schip. Kijk of het licht beweegt en of andere verlichting zichtbaar is.

Dagtekens herkennen

Dagtekens zijn vormen waarmee een schip overdag informatie geeft over de toestand, voortstuwing of werkzaamheden van het schip. De vorm en de positie van het teken bepalen de betekenis.

Overzicht van dagtekens met een zwarte bol, kegel, ruit en cilinder
Overzicht van veelvoorkomende dagtekens met een bol, kegel, ruit en cilinder.

Zwarte bol

Een zwarte bol kan worden gebruikt om een stilliggende of geankerde toestand aan te geven. Beoordeel de volledige situatie en het type schip.

Zwarte kegel

Een zwarte kegel met de punt naar beneden is een belangrijk herkenningsteken bij een zeilschip dat tevens de motor gebruikt.

Zwarte ruit

Een ruitvormig dagteken komt voor in bijzondere samenstellingen en situaties. De betekenis hangt af van de combinatie en positie.

Cilindervorm

Een cilindervormig dagteken kan bij bepaalde categorieën of bijzondere situaties worden gebruikt. Bekijk altijd het volledige tekenbeeld.

Examentip: leer dagtekens niet als losse vormen. Koppel ieder teken aan een schip, toestand en concrete vaarsituatie.

Let op de richting van een kegel

Bij een kegelteken kan de richting van de punt onderdeel van de betekenis zijn. Bekijk daarom niet alleen dat er een kegel hangt, maar ook hoe deze is geplaatst.

Combinaties van dagtekens

Sommige bijzondere schepen of werkzaamheden worden met meerdere vormen boven elkaar aangegeven. Lees daarbij de combinatie van boven naar beneden en controleer aan welke zijde veilig passeren mogelijk is.

Veelgemaakte fout

Verwar een zwarte bol niet met een ronde lamp. Een dagteken is een fysieke vorm die overdag zichtbaar moet zijn, terwijl een navigatielicht voor duisternis en beperkt zicht wordt gebruikt.

Verlichting en tekens van bijzondere schepen

Naast motor- en zeilschepen kun je schepen tegenkomen met een bijzonder lichtbeeld of dagteken. Aan deze aanvullende tekens kun je bijvoorbeeld een veerpont, vissersschip, snel schip, passagiersschip, sleep of duwstel herkennen.

Kijk bij een herkenningsvraag niet alleen naar de aanvullende lichten. Boordlichten, toplichten en heklichten kunnen eveneens nodig zijn om de vaarrichting en samenstelling van het schip te bepalen.

Belangrijk: bijzondere lichten en dagtekens geven extra informatie. Beoordeel altijd het volledige lichtbeeld en controleer of het schip alleen vaart, sleept, duwt, vist of een veerdienst onderhoudt.
Overzicht van de verlichting en dagtekens van veerponten, een vissersschip, snel schip, passagiersschip, sleep en duwstel
Overzicht van de belangrijkste verlichting en dagtekens van bijzondere schepen.

Niet-vrijvarende veerpont

Een varende niet-vrijvarende veerpont voert ’s nachts twee rondomschijnende lichten boven elkaar: boven groen en daaronder wit.

De pont is bijvoorbeeld met een kabel aan de vaarweg verbonden. Let daarom ook op de route van de pont en op eventuele kabels of drijvers.

Vrijvarende veerpont

Een vrijvarende veerpont voert ’s nachts eveneens groen boven wit. Daarnaast voert de pont boordlichten en een heklicht.

Aan de boordlichten kun je bepalen vanuit welke richting je de vrijvarende veerpont ziet.

Vissersschip

Een vissersschip dat daadwerkelijk vist met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt, voert ’s nachts groen boven wit. Daarnaast voert een varend vissersschip boordlichten en een heklicht.

Overdag voert het twee zwarte kegels met de punten tegen elkaar. Deze combinatie wordt ook wel een diabolo genoemd.

Snel schip

Een snel schip voert naast de normale voorgeschreven tekens twee krachtige gele rondomschijnende lichten boven elkaar. Deze lichten flikkeren snel.

De twee gele flikkerlichten worden zowel overdag als ’s nachts gevoerd en waarschuwen andere vaarweggebruikers voor de hoge snelheid.

Passagiersschip korter dan 20 meter

Een varend passagiersschip waarvan de maximale romplengte minder dan 20 meter bedraagt, voert overdag een gele ruit.

De gele ruit moet op een geschikte hoogte hangen en van alle zijden zichtbaar zijn. Op aangewezen vaarwegen kan een uitzondering gelden.

Sleep

Het motorschip aan de kop van een sleep met grote schepen voert ’s nachts twee witte toplichten boven elkaar, boordlichten en aan de achterzijde een geel sleeplicht.

Overdag voert de sleper een gele cilinder met zwarte en witte banden. De gesleepte grote schepen voeren overdag een gele bol.

Duwstel

Een duwstel is een hecht samenstel waarbij een duwboot één of meer bakken voortduwt. Aan de voorzijde zijn drie witte toplichten in de vorm van een driehoek een belangrijk herkenningspunt.

Aan de achterzijde van de duwboot worden drie heklichten naast elkaar gevoerd. De volledige lichtvoering maakt ook de breedte en opbouw van het duwstel herkenbaar.

Veerpont of vissersschip: beide groen boven wit

Een veerpont en een vissersschip kunnen allebei de combinatie groen boven wit voeren. Kijk daarom naar de overige verlichting en naar de situatie op het water.

Snel schip of passagiersschip?

Een snel schip en een passagiersschip zijn niet automatisch hetzelfde. Een snel schip wordt herkend aan twee gele, snel flikkerende rondomschijnende lichten boven elkaar. Een varend passagiersschip met een romplengte van minder dan 20 meter voert overdag een gele ruit.

Wanneer een schip onder beide regels valt, moet je bij een examenvraag goed bekijken welke aanvullende tekens in de getoonde situatie worden gevoerd.

Sleepboot of duwstel?

Bij een sleep trekt het motorschip de andere schepen met een tros. Bij een duwstel duwt de duwboot de bakken als één hecht samenstel vooruit. Dat verschil zie je terug in de verlichting.

Examentip: leer niet alleen de kleuren, maar ook het patroon. Groen boven wit, twee gele flikkerlichten, twee witte toplichten boven elkaar en drie toplichten in een driehoek horen ieder bij een andere herkenningssituatie.

Stappenplan: welk schip zie je?

Gebruik bij iedere herkenningsvraag dezelfde volgorde. Zo voorkom je dat je te snel een conclusie trekt op basis van slechts één licht.

Vaste volgorde: kleur, positie, kijkrichting, scheepstype, toestand en benodigde handeling.

1. Noteer de kleuren

Bepaal of je rood, groen, wit of een combinatie van bijzondere kleuren ziet.

2. Bekijk de onderlinge positie

Controleer of de lichten naast elkaar, boven elkaar of op verschillende hoogten staan. Dit kan bepalend zijn voor het type schip.

3. Bepaal de kijkrichting

4. Bepaal of het schip vaart of stilligt

Let op beweging, witte verlichting en eventuele rondomschijnende lichten. Een stilstaand wit licht kan een andere betekenis hebben dan het heklicht van een varend schip.

5. Zoek naar bijzondere signalen

Controleer of extra lichten of dagtekens een bijzondere toestand, voortstuwing of werkzaamheid aangeven.

6. Pas de vaarregels toe

Nadat je hebt bepaald welk schip je ziet en uit welke richting het nadert, beoordeel je welke vaarregel geldt. Herkenning is dus de eerste stap, niet het volledige antwoord.

Veelgemaakte fout

Kies niet direct voor motorschip, zeilschip of geankerd schip op basis van één licht. Controleer eerst of de totale combinatie bij jouw antwoord past.

Samenvatting: navigatieverlichting en dagtekens

Navigatielichten en dagtekens helpen om een schip, de kijkrichting en de toestand van het schip te herkennen. Gebruik daarbij steeds de volledige combinatie van kleuren, hoogte, positie en beweging.

Gebruik bij iedere vraag dezelfde volgorde

  1. Bepaal welke kleuren zichtbaar zijn.
  2. Bekijk hoe de lichten ten opzichte van elkaar staan.
  3. Bepaal vanuit welke richting je het schip ziet.
  4. Stel vast welk type schip het kan zijn.
  5. Controleer of het vaart, stilligt of iets bijzonders doet.
  6. Pas daarna de juiste vaarregel toe.
Examentip: laat je niet misleiden door één herkenbaar licht. De juiste oplossing volgt uit het volledige lichtbeeld en de beschreven vaarsituatie.

🏁 Klaar met lezen? Test of je de lichten herkent

Je kent nu de basis van navigatieverlichting en dagtekens. Test je actuele niveau of combineer alle flitskaarten met volledige proefexamens.

Gratis kennischeck

Test je actuele niveau

Ontdek met 20 vragen welke onderdelen je al beheerst en waar mogelijk nog blinde vlekken zitten.

⏱️ Start de gratis Quickscan 20 vragen · gratis · geen account nodig

Verder leren over Vaarbewijs 1

Navigatieverlichting hangt nauw samen met voorrang en vaarwegborden. Je moet eerst herkennen welk schip je ziet voordat je de juiste vaarregel kunt toepassen.

↔️

Voorrangsregels

Oefen situaties met motorboten, zeilschepen, kruisende koersen, oplopen en tegengestelde koersen.

Voorrangsregels leren en oefenen →
🚦

Vaarwegborden

Leer verbodstekens, gebodstekens, beperkingstekens en signalen bij bruggen en sluizen.

Vaarwegborden leren en oefenen →

Betonning

Leer laterale en cardinale markeringen, scheidingstonnen en veilig vaarwater herkennen.

Betonning leren en oefenen →

Wil je terug naar het volledige overzicht van de leerstof?

Bekijk alle Vaarbewijs 1-onderwerpen →

Zijn dit officiële CBR-vragen?

Nee. De uitleg, oefenvragen en flitskaarten op OefenVaarbewijs.nl zijn origineel geschreven als oefenmateriaal voor Klein Vaarbewijs 1.

De behandelde onderwerpen sluiten aan bij de leerstof voor Klein Vaarbewijs 1, maar de vragen zijn geen officiële CBR-examenvragen.

Veelgestelde vragen over navigatieverlichting

Welke kleur heeft het bakboordlicht?

Het bakboordlicht is rood. Bakboord is de linkerzijde van het schip wanneer je in de vaarrichting kijkt.

Welke kleur heeft het stuurboordlicht?

Het stuurboordlicht is groen. Stuurboord is de rechterzijde van het schip wanneer je in de vaarrichting kijkt.

Wat betekent het wanneer je rood en groen tegelijk ziet?

Wanneer je beide boordlichten tegelijk ziet, kijk je meestal ongeveer naar de voorzijde van het schip. Controleer ook de overige zichtbare lichten.

Wat is een heklicht?

Een heklicht is een wit licht dat vanaf de achterzijde van een varend schip zichtbaar is.

Wat is een rondomschijnend licht?

Een rondomschijnend licht is vanuit alle richtingen zichtbaar. De kleur en combinatie bepalen welke betekenis het licht heeft.

Welk dagteken voert een zeilschip dat de motor gebruikt?

Een zeilschip dat behalve de zeilen ook de motor gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden.

Welk dagteken hoort bij een geankerd schip?

Een zwarte bol is een belangrijk dagteken voor een geankerd schip. De precieze verplichtingen hangen mede af van het type schip en de situatie.

Hoe herken ik vanuit welke richting ik een schip zie?

Gebruik de zichtbare boordlichten. Rood hoort bij bakboord, groen bij stuurboord en een wit heklicht is zichtbaar vanaf de achterzijde. Beoordeel altijd het volledige lichtbeeld.

Zijn dit officiële CBR-examenvragen?

Nee. De vragen en uitleg zijn origineel geschreven als oefenmateriaal voor Klein Vaarbewijs 1.

Klaar om navigatieverlichting te oefenen?

Herhaal de belangrijkste begrippen met flitskaarten of test de toepassing in een volledig Vaarbewijs 1 proefexamen.

Bekijk de flitskaarten Proefexamens oefenen

Veilig betalen via Mollie

Betaal veilig via Idea-Wero VOA webshop keurmerk CBR